De lichamelijke ontwikkeling van normaal begaafde jongeren met autisme gaat gelijk op met die van leeftijdsgenoten, maar de psycho-seksuele ontwikkeling van iemand met autisme verloopt vaak anders. Problemen op het gebied van seksualiteit kunnen zich al op jonge leeftijd voordoen. Mensen met autisme zijn vaker op zichzelf gericht, ook waar het gaat om seksualiteit. Concepten als ‘verliefdheid’, ‘verkering’, ‘een relatie hebben’, ‘masturberen’, ‘trouwen’ zijn moeilijk te expliciteren en vaak hebben mensen met autisme moeite om deze concepten te bevatten en in een juist perspectief te plaatsen. Problemen op het gebied van seksualiteit kunnen tot uiting komen in grensoverschrijdend gedrag, een ongebruikelijke fascinatie voor de geslachtsdelen of uit te hand lopend experimenteergedrag, maar ook in het ontwikkelen van a-seksualiteit, geen behoefte aan seks hebben en geen seks willen.

Het Leo Kannerhuis, centrum voor autisme, beschrijft seksualiteit en autisme als volgt:

Seksualiteit is het aspect van het lichaam dat in fantasie of werkelijkheid aan de hand van seksuele stimuli reacties geeft of najaagt die een rol spelen in seksuele lustgevoelens en bevrediging. Intimiteit ontwikkelt zich gedurende het leven van de mens via oplopende ontwikkelingstaken. Seksualiteit is verbonden met intimiteit, maar kan ook los daarvan bestaan. Seksuele voorlichting is dan ook niet los te zien van het leren over intieme relaties.

Voor mensen met autisme is het vormen van relaties niet eenvoudig en niet vanzelfsprekend door problemen in de sociale interactie. Seksualiteit zal zich daarom eerder los van relaties ontwikkelen.

Omdat mensen met autisme de wereld, inclusief zichzelf, anders waarnemen en begrijpen, ontwikkelen zij zich ook op seksueel vlak niet volgens neurotypische lijnen. Het gaat bij seksualiteit om een sociaal-emotionele ontwikkeling, welke bij mensen met autisme problematisch verloopt. Het reguliere seksuele ontwikkelingsproces is qua vorm, inhoud en ontwikkelingsstappen complex.
In de kinderjaren overheersen daarbij de ontwikkelingstaken betreffende de seksuele responsiviteit en lichamelijkheid, de gender/sekseontwikkeling en die rond de relatievorming en intimiteit. In de adolescentiefase domineert de ontwikkelingstaak rond seksuele identiteit (gender identiteit/seksuele voorkeur) en seksuele competentie (vermogen om de seksuele ervaring te realiseren).
Binnen het reguliere seksuele ontwikkelingsproces zijn er zoveel momenten en zoveel verschillende situaties waarbij een beroep wordt gedaan op cognitieve, sociale en emotionele vaardigheden, die vanuit ASS per definitie zijn belemmerd. De beperkende invloed van de Centrale Coherentie problematiek, de Theory of Mind en de geringe kwaliteit van verbeelden is groot. Net als de ASS specifieke beperkingen ten aanzien van het uitvoeren van Executieve Functies en het probleem om leerervaringen te generaliseren naar andere situaties.

Specifiek voor een autisme spectrum stoornis is vooral de laat opbloeiende seksualiteit, die er vaak voor zorgt dat de jongere sterk geïsoleerd raakt van leeftijdgenoten en gaat twijfelen over zijn of haar seksuele geaardheid. Het tweede probleem is het gebrek aan het kunnen inschatten van sociale interactie waardoor de signalen van seksualiteit, intimiteit en relatie maar moeilijk ingeschat kunnen worden.

Mensen met ASS kunnen een mentaal afwijkende leeftijd hebben op het gebied van seksualiteit. Hier geldt dat o.a. seksuele informatie vanuit de media veel vroeger komt dan de emotionele rijpheid voor seksualiteit. Dit kan tot verwarring leiden en experimenteer gedrag uitlokken om zo een relatie te krijgen. Daarnaast kunnen lichamelijk veranderingen, zichtbaar en onzichtbaar (hormonaal), zorgen voor verwarring en een toename van onzekerheid of zelfs existentiële angsten.

Als kind en puber heb ik nooit een link gelegd tussen liefde en seksualiteit. Liefde betekent voor mij heel wat anders dan seksualiteit, liefde is een onvoorwaardelijk gevoel en staat los van lichamelijk genot. Liefde komt uit je hart, seks komt uit je hoofd. Zo denk ik er zelf over, maar gaandeweg heb ik wel geleerd en ervaren dat dit dus niet voor iedereen geldt. Ik vind het niet prettig als iemand mij streelt, ik word niet graag aangeraakt, ik heb een hekel aan (tong-)zoenen, al dat gefriemel en gefroemel voorafgaand aan de werkelijke ‘daad’ (seks) hoeft voor mij niet. Ik word er onrustig van, gefrustreerd, ervaar er geen plezier aan, het leid mij af en maakt me onzeker. Onzeker omdat ik in mijn hoofd weet dat mensen het als prettig behoren te ervaren, als een vorm van intimiteit en geborgenheid, als een uiting van hun liefde voor elkaar. Maar ik ervaar dat dus niet zo en ondanks dat ik weet dat ik er niks aan kan doen dat ik het niet zo ervaar, maakt het mij wel erg onzeker.

En dan nog maar te zwijgen over de problemen binnen je relatie. Wat als je partner wel van seks, intimiteit en aanrakingen houdt? Ik zou er een boek over kunnen schrijven. Ik hou van mijn man, maar op een andere manier als dat hij van mij houdt. Dat geeft frustraties, spanningen en schuldgevoelens. Ik geef seks, ik ervaar het niet. Ik geef het omdat het de norm is binnen een huwelijk en relatie. En binnen ons huwelijk is het één van de grootste bronnen van spanningen en frustraties. Nu kunnen mijn man en ik er gelukkig open over praten, maar het neemt niet de druk en de frustraties weg. Angst dat mijn man mij verlaat speelt bij mij een grote rol, dat zou ik afschuwelijk vinden, alhoewel ik het wel zou begrijpen. En hoe los je deze problemen op? We hebben overwogen om in therapie te gaan, maar heeft dat zin? Kun je iemand leren om van seks te genieten? Kun je de complexe stofjes en hormonen uit hun winterslaap halen als ze niet aanwezig zijn? Hoe kun je iemand leren om te genieten van iets wat die persoon niet prettig vindt? Wat voor die persoon ingewikkeld en prikkelend is? Kan ik leren om te genieten van (tong-)zoenen, terwijl bij de gedachte alleen ik al over mijn nek ga? Duizend-en-één excuses heb ik al door mijn hoofd laten gaan over de reden van mijn a-seksualiteit, maar ik kan er niet meer van maken dan dat er is.

Gevoelens van diepe schuld en tekortschieten als ‘vrouw’ zijnde is wat er overblijft. Ik ben niet goed genoeg voor mijn man, ik kan niet geven wat een niet-autistische vrouw wel kan geven. Ik faal, ik ben minderwaardig, ik maak een ander ongelukkig, een ander is gefrustreerd vanwege mij en ik weet bij god niet hoe ik dat moet aanpakken. Nonsens! hoor ik je nu denken, je bent zoals je bent! Ja, ik ben inderdaad zoals ik ben, maar zoals ik ben kan niet altijd door een ander begrepen en geaccepteerd worden en wie trekt er dan meestal aan het kortste eind? Zeker als je pas 4 jaar weet dat je autisme hebt is de kans groot dat je de schuld en het verwijt bij jezelf neerlegt. Jij bent immers degene die niet kan functioneren binnen een relatie, niet de ander.

Het zal altijd een moeilijk punt blijven voor mij, mijn autisme en seksualiteit. Ik probeer heel hard om er een gulden middenweg in te vinden, maar de impact die het op mij heeft blijft vaak verborgen voor de buitenwereld. Ik praat er niet over, ik stop het weg, ik kies eieren voor mijn geld want ik wil graag dat mijn man en ik gelukkig kunnen zijn, voor zover mogelijk. Soms ben ik verdrietig en boos dat ik niet gewoon die ‘knop’ kan omdraaien zodat ik kan genieten van intimiteit op seksueel gebied, of dat ik vroeger wel die link had gelegd tussen liefde en seks. Mijn autisme an sich is al moeilijk genoeg, maar het hoofdstuk over seksualiteit omvat toch wel het grootste aantal bladzijden…

Geef een reactie